tanja-opreis.reismee.nl

Poon Hill en \'n chaotische vliegreis

Met enorm veel beenpijn, goede herinneringen, geen blaren, tien kilo lichter en een lange wandeling achter de rug zit ik hier op een terrasje. Op de tien kilo lichter na klopt alles. Ik ben gister terug gekomen van mijn trekking en kan vandaag amper lopen omdat mijn kuiten enorm veel pijn doen. Ik zit op een terrasje en heb net een fruit salade op en een banana lassi. Mijn benen jeuken als de pest doordat ik stenen van muggenbulten erop heb zitten, deze had ik al voor de trekking maar zijn helaas nog niet weg. Ik heb vandaag mijn laatste dag in Pokhara en zal morgen terug bussen naar Kathmandu. Dinsdag is mijn vlucht naar Vietnam. Dus dit zal (helaas) mijn laatste blog uit Nepal zijn..

Donderdag 11 april, Julia is net terug van haar Rabiës prik in het ziekenhuis en we besluiten om te gaan informeren over een trekking. Aangekomen in een van de Travel Agency’s vragen we wat mogelijk is als we een korte trekking willen doen. De Poon Hill trekking leek ons niet meer voor mogelijk omdat er overal is aangegeven dat deze 4-5 dagen duurt en zoveel tijd als hadden we helaas niet. Tot onze verbazing vertellen de twee jongens dat de Poon Hill trek wel degelijk mogelijk is we doorlopen. Zo vragen we wat informatie op over hoe en wat. Vanaf Pokhara zullen we een taxi of bus moeten nemen en vanaf daar zullen we moeten gaan lopen. Omdat het al vrij laat is stelt de man voor dat we de volgende dag beginnen, maar dan zullen we wel de eerste dag 10-12 uur moeten lopen. Dit zien wij niet voor mogelijk dus we besluiten die zelfde dag al te beginnen, desnoods voor maar een paar uurtjes. Nadat we onze permits hebben gekregen kunnen we vertrekken. Deze permits zijn overigens erg duur, ik heb 45 euro betaald om alleen al in het gebied te komen.. Gelukkig was het het waard. Na te hebben uitgecheckt in ons hotel nemen we een taxi naar de plek waar we de bus kunnen nemen. In de taxi worden we overgehaald door de taxi chaffeur om hem toch maar rechtstreeks te laten rijden. De taxi is een stuk duurder maar de bus duurt zo’n 3 uur en de taxi maar anderhalf. Zo rijden we richting het gebied en na zo’n 1,5 uur kan de trekking beginnen. Het is inmiddels kwart voor 4 en vol goede moed vertrekken Jyoti en ik aan de Poon Hill trek.

We beginnen met een stukje afdalen en lopen zo door prachtig kleine dorpjes met kindjes spelend op straat. De mensen zijn gewend aan trekkers en proberen je zo nu en dan wat te verkopen. Na zo’n uur lopen komen we bij de ingang van het annapurna gebied. Hier moet je je permit laten zien en schrijven ze in een map op wie het gebied in gaat en wanneer je weer eruit wilt. Vanaf hier lopen we verder door verschillende dorpjes, doordat het aan het eind van de middag is en de zon fel schijnt is het erg zwaar. Julia en ik besluiten om geen een keer pauze te houden zodat we zo ver mogelijk komen. En zo komen we vlak voordat de zon ondergaat aan in Sudame waar we kunnen overnachten. We hebben een minikamertje met twee dunne bedjes erin. Met een voldaan gevoel zakken we neer op onze bedden, trots dat we het gehaald hebben. Na een half uurtje gaan we naar de keuken waar we avondeten kunnen krijgen. Het is een klein gezellig kamertje met allemaal kook apparatuur erin. Zo krijgen we een menukaart en bestellen we eten. Ik bestel noedels met groente en ei, wat erg lekker is op een groene zoute groente na. Tijdens het eten kletsen we met een meisje die daar ook werkt, ze is de dochter van de beheerders. Ze is zelf twintig en erg verbaasd dat ik achttien ben. Ik denk dat ze het heel gezellig vond dat wij er even waren omdat ze de hele dag met haar moeder in dat hutje zit en eten kookt voor bezoekers. Na het gezellige avondeten gaan we weer naar onze kamer en val ik als een blok in slaap.

De volgende ochtend staan we vroeg op, half zeven, de avond ervoor hadden we ons ontbijt al doorgegeven en zo krijg ik dan een tomatensoepje en een omelet. Na lekker te hebben ontbeten moeten we toch echt vertrekken.. Wandelschoenen aan en gaan met die banaan.
Jyoti en ik hebben afgesproken dat we die dag zo ver mogelijk gaan komen als we kunnen, want hoe sneller we lopen hoe minder we hoeven te haasten de andere dagen. Meteen al is het vrij zwaar omdat we flink moeten stijgen. In het eerste dorpje wat we passeren, Hille, komen we wat andere wandelaars tegen en sluiten we ons aan in de tocht achter de ezels. Omdat in deze dorpjes geen auto’s komen wordt alles via ezel vervoerd, en omdat het pad vrij smal is lukt het ons eerst nog niet om de ezels in te halen. Tree voor tree lopen we de trappen op met ondertussen het uitzicht op ezels die vooruit worden gedreven. . Af en toe stoppen ze midden in hun loop want dan hebben ze geen zin meer. Soms krijgt een ezel een klap als die niet door wil lopen. Ook stond ik even naast een ezel en toen liet die een kei harde scheet. J Na een tijdje passeren we de ezels en lopen Jyoti en ik verder. Vaak komen we dezelfde wandelaars tegen omdat we even snel lopen, wanneer wij pauze hebben passeren zij en andersom. Hoe verder de dag vordert hoe warmer het wordt. Het is flink stijgen waardoor ik enorm zweet. Op een gegeven moment kan je bijna m’n shirt uitknijpen van de vochtigheid. Ik weet dat het vies klinkt, maar ik vertel het maar om een goede indruk te geven haha. Een bepaald deel van de route staat op de kaart gekenmerkt als 3800 traptreden. Drama dus! Jyoti en ik stoppen ongeveer om de 10 minuten in een schaduw plek omdat je anders echt helemaal gek wordt. Rond …. Arriveren we in een dorpje waar we lunch hebben, vanaf daar belooft de kaart dat de weg iets minder zwaar zal worden omdat het minder stijgen zal zijn. De lunch is erg lekker, muesli met fruit en melk. Op ons lunchplekje zien we mensen die vanaf daar vertrekken naar Ghorepani. Zij beginnen de dag pas net, wij hebben een groot deel al gehad. Om kwart over 1 vertrekken wij ook weer voor het laatste deel van de wandeling (van die dag). We hebben besloten dat we het hele stuk tot Gorephani gaan lopen, want anders is het zonde dat we zoveel hebben gehaast en dan net voor het einde te stranden. Het laatste deel van de wandeling bestaat dan ook vooral uit doorlopen en weinig praten, zodat we er zo snel mogelijk zijn. Het laatste stuk van de wandeling is prachtig door de rondondendron bossen. Dit is de national flower van Nepal. Ik kan niet echt omschrijven waar het op lijkt maar het is in ieder geval rood. In het weeshuis had ik deze bloemen al eerder gezien, ze groeien over waar bos is en de kindjes aten er van. In dit geval stond het hele bos vol met roze en rode rondondendron versierde bomen. Gelukkig was het laatste stuk van de wandeling iets minder stijl. En na ook Nangge Thanti te hebben gepasseerd komen we dan om 16:40 eindelijk in het prachtige Gorephani aan op 2874 meter hoogte. Eenmaal aangekomen ben ik meer dan kapot en zak ik neer op een bankje wanneer de kamerjongen de deur open doet. Zo vraagt hij mij ook: Tired? Where did you come from today? Wanneer wij hierop antwoorden dat we vanuit Sudame zijn gelopen kijkt hij ons met respect aan en zegt dat dat een heel eind is. Wanneer de kamer deur open is stort ik m meteen op het bed neer, heerlijk. Meteen krijg ik het heel koud omdat de zon onder gaat, het afkoelt en mijn natgezwete shirt daardoor koud wordt. Ik kleed me om en ga onder de dekens liggen, ondertussen geeft Jyoti beneden alvast door wat we willen eten, zodat na een half uur het eten meteen klaar is. (dit is een gewoonte in de bergdorpjes, niet dat we dat zelf hadden verzonnen om het eten eerder te vragen). Eenmaal beneden gekomen delen we een bord frietjes, met eindelijk lekkere ketchup (ipv de spicy ketchup die je normaal voorgeschoteld krijgt). Daarnaast had ik pizza die eigenlijk helemaal niet zo goed was (slappe bodem) maar die toch onwijs lekker smaakte na zo’n drukke dag wandelen.. In de eetzaal is het een leuke sfeer, overal zie je wandelaars en vang je gesprekken op over ABC Basecamp of andere trekkingen. Velen gidsen zijn geïnteresseerd in waar je heen bent gelopen en waar je vandaan komt. Na een paar leuke uitwisselingen is het genoeg geweest en gaan we slapen, de volgende dag vroeg op voor de laatste stijging: Poonhill.

Vier uur en het alarm gaat. Zoals ik gewend ben blijf ik nog even liggen, maar aan de andere wekkers te horen is het toch echt tijd om op te staan. We kleden ons aan en maken ons klaar voor de laatste klim, Poonhill. Omdat we geen zin hebben om ons te haasten vertrekken we dan ook als een van de eerste aan de route. Met een sterrenhemel boven ons en de stilte van de nacht beginnen we aan de trappen. Jyoti loopt voorop en schijnt met de zaklamp. Hoe hoger we komen hoe lichter het wordt, de verlichting (grapje). Ook komen er steeds meer mensen en af en toe worden we ingehaald maar grotendeels blijft de grote groep mensen achter ons lopen. Met zijn alle beklimmen we de tredes met zweet over onze wangen, bij elke hoek hoopvol en daarna teleurgesteld kijkend,wetend dat het nog steeds niet het einde is. Wel besluiten Jyoti en ook hier weer om geen pauze te nemen, want hoe lichter het wordt hoe sneller we lopen, bang om de zonsopkomst te missen. N bijna zo’n vier honderd meter te hebben geklommen zonder ontbijt in ons buik komen we boven aan, en dit wordt beloond! Een prachtig uitzicht, bijna een panorama view over de Annapurna Range. Met een warme kop thee in ons handen kijken we rond en genieten we van de prachtige bergen. Trots maken we een foto van ons zelf met het ‘Poonhill’ bord ‘3210 meter’.

En daar is die dan, de zon. Ik vond het prachtige uitzicht op de bergen zelf indrukwekkender dan de zonsopkomst, maar het was wel mooi om te zien hoe de zon steeds meer delen van de bergen en bossen verlichtte. En zo na ongeveer een uur? (geen idee hoelang) besluiten we dat het genoeg is geweest en lopen we weer naar Gorephani terug. In Gorephani bestellen we een lekker ontbijt en daarna splitsen onze wegen. Omdat Jyoti het zo’n mooi gebied vind besluit ze om door te gaan lopen om de Annapurna Base Camp trekking te gaan doen. En ik ben het daar totaal mee eens, want nu ze toch al een deel van de route heeft gedaan (PoonHill is het begin) en haar permits voor 45 euro heeft betaald, is het slimmer om het meteen te doen dan een andere keer terug te keren. Als ik meer tijd had gehad was ik meegedaan, maar helaas was dat niet zo, dus daar begon mijn eenzame (viel wel mee hoor) tocht naar beneden. Aan het begin barst ik van de energie en ren ik zelfs kleine stukjes de berg af. Ik heb ‘the tallest man on earth’ op mijn ipod, zing luid mee want er is toch niemand op de route. Ik moet vooral afdalen waardoor het erg snel gaat. Wel heb ik na zo’n 2 uur bij de eerste klim pijn in mijn benen en voel ik dat ik misschien toch iets rustiger moet aan doen om de hele dag te halen. Zo besluit ik om een pauze te nemen en een appel te eten. Maar al snel besluit ik verder te lopen, want mijn plan is om binnen een dag terug te arriveren in Naya Pul zodat ik in Pokhara nog wat mee kan rijgen van Nepali New Year. Normaal gezien rekenen reisbureaus zo’n 2 dagen voor deze terugreis omdat het erg veel dalen is wat zwaar is voor je benen. Naar beneden lopend wordt ik steeds minder optimistisch omdat het toch wel erg ver is. Af en toe onderweg stop ik even om een praatje te maken, zo heb ik met een Israëlische jongen gepraat, een paar tsjechen en een raar meisje wat in bikini de berg op liep (ze had overigens wel een korte broekje). Onderweg passeerde velen ezels, mensen en geitjes mij. Ook zag ik een jongen met achter op zijn rug een soort enorm hok met allemaal kippen erin die de berg op werden vervoerd, een klein beetje zielig. Eenmaal voorbij Sudame wordt de tocht loodzwaar. Ik heb zoveel afgedaald waardoor mijn benen helemaal klaar zijn met het lopen. Lang pauzeren kan ik niet omdat ik bang ben het niet meer tot Pokhara te redden in een dag. En wanneer ik pauzeer bestel ik yoghurt die ook nog eens heel vies blijkt te zijn, maar toch eet ik hem op, voor het idee. De laatste 2 uur zijn loodzwaar, de zon brandt op mijn gezicht en het enige wat ik doe is over een lange autoweg lopen, mijn benen zijn erg slapjes geworden en zo ga ik ook een keer door mijn enkel. Ik omschrijf het nu echt als het grootste drama, dat was het niet, maar ik had wel echt iets teveel ‘hooi op m’n vork’ genomen. Half strompelend in het dorpje aangekomen waar je je permit krijgt check ik me uit voor het gebied. Dolgelukkig bedenk ik dat ik het heb gehaald en besluit om het laatste stukje naar Nayapul een taxi te nemen. Voldaan en bezweet loop ik naar de taxichaffeur en vraag hoe duur het is, ‘1000 roepies’. Hierop volgend word ik ontzettend boos en schreeuw tegen de man: ‘that’s absolutly bullshit, I paid 1500 to get from Pokhara to Nayapul and that is more than 2 hours away.’ Ik zie dat meneer de taxi chauffeur een smoes probeert te verzinnen, en komt zo met het verhaal dat het een hele lastige weg is. Ik ben boos en loop door en zeg dat ik niet dom ben. De taxi chaffeur komt achter me aan rennen en vraagt of ik anders rechtstreeks naar Pokhara wil voor 1500, normale prijs. Koppig als ik ben schreeuw ik dat het al niet meer hoeft en zo besluit ik het laatste stuk ook maar zelf te lopen. Dit is nog verder dan het lijkt, en wanneer een klein meisje me ook nog eens de verkeerde kant op wijst loop ik een half uur om waardoor ik ook nog eens door een ijskoude rivier moet lopen. Helemaal uitgeput kom ik dan ook boven aan op een andere plek waar ik 3 dagen eerder begonnen ben. Ik plof neer op een bankje en hoop dat er snel een auto of bug langs komt die me naar Pokhara kan brengen. Het is inmiddels half vijf en tot vijf uur gaan er bussen richting Pokhara. Gelukkig komt er na enkelen minuten een jeep langs rijden met andere wandelaars erin op weg naar Pokhara. Ik mag mee!
De hele terugweg waren mijn voeten ijskoud omdat de airco aanstond en ik door een rivier heen was gelopen, maar toch was ik erg voldaan en genoot ik van het uitzicht op weg naar Pokhara.
Ik heb de wandeling nu een beetje omschreven als een horror scenario, en zo voelde het op sommige momenten ook, maar ik ben blij dat ik het heb gedaan en ik wil ook zeker nog een keer ABC doen. Maar dan wel als ik wat meer tijd heb..

In Pokhara aangekomen is het nieuwjaars feest bezig en is het hartstikke druk op straat. Maar alles wat ik graag wil is een warme douche en een bed. Helaas is dit nog moeilijker dan gedacht. Wegens het Nepali New Year is half Nepal naar Pokhara gekomen omdat ze het daar met een groot feest vieren. Alle hotels zijn volgeboekt, na meerdere hotels langs te zijn gereden voel ik me toch erg radeloos worden en vraag dan ook of er misschien niet gewoon een plekje is waar ik kan slapen. Zo wordt ik uiteindelijk in een rommelhok geplaatst, met aardappelen onder mijn bed, een kapotte tv en rondslingerende kleren. Maar ik heb een bed dat is het belangrijkste! Snel skype ik even met mama, Sophie en Tilly om mijn belevingen uittewisselen. Dood op krijg ik ook nog eens te horen dat er een fransman bij me in de kamer komt liggen, omdat ook hij geen slaapplek kon vinden. Wel moeten we de volle prijs betalen. Na een warme douche besluit ik toch om nog heel even de nieuwjaars tafeleren waar te nemen, zo eet ik brusschetta en drink wat op een terrasje. Wanneer ik besluit om het festival terrein op te gaan, waar een kermis is een een groot podium met muziek optredens van nepali bands, val ik bijna het trappetje af. Het is genoeg geweest voor die dag en ik besluit om terug te gaan naar het opslaghok en te gaan slapen.

De volgende dag wordt ik wakker met op de achtergrond geluiden van een onbekende jongen slapend. Wees niet bang er is niet nog iemand in mijn kamer geslopen, het is de fransman maar. Na nog wat op mijn bed te hebben gelezen en met de fransman te hebben gepraat na zijn wakkerworden ga ik naar buiten voor ontbijt. Bij terugkomst krijg ik een nieuwe kamer.

En dit is waar mijn blog begon, op een terrasje in Pokhara.
Toch post ik dit blog vanuit Vientaine, Laos. Ik was de vorige keer te lui om mijn blog af te schrijven en heb dat hier gedaan. Na met de bus Pokhara te hebben verlaten heb ik mijn laatste middag bij Rajesh doorgebracht met nieuwe en oude vrijwilligers. Mijn vluchten naar Vietnam zijn dramatisch verlopen. In Kathmandu kreeg ik al 1,5 uur vertraging waardoor ik vreesde mijn aansluiting in Delhi niet te halen. In Delhi bleek het dat mijn vlucht naar Bangkok ook vertraging had dus dat ik hem net kon halen. Rennend over het vliegveld, met op de achtergrond de omroepen: Flight to Bangkok, Final Call, haal ik het net op tijd. In het vliegtuig aangekomen zit iedereen al en vertrekken we vrij snel. Tot noch ging alles dus nog (net) goed. ’s Avonds in Bangkok aangekomen eet ik wat, en besluit ik om op de luchthaven te slapen om geld te besparen. Ik slaap redelijk ondanks dat ik op twee metalen stoelen lig en vroeg wakker wordt. Zo besluit ik om ruim bijtijds te gaan inchecken voor mijn vlucht naar Hanoi. Aangekomen bij de check in balies zie ik tot mijn schrik mijn vlucht nergens bij staan, ‘is er iets veranderd?’ Na de informatie balie te hebben gevonden wordt mij meedegedeeld dat mijn aansluiting niet vanaf dat vliegveld vertrekt, maar een andere aan de andere kant van Bangkok. In paniek ren ik alle trappen af naar de taxi stand. Tot mijn grote irritatie moet ik ook nog is in de rij staan voordat ik een taxi krijg. Ik vertel de taxi chaffeur dat die door moet rijden, en zeur er niet over dat hij me veel te veel laat betalen. Zolang ik die vlucht in Hanoi maar haal. In Hanoi aangekomen heb ik nog precies een uur om in te checken en naar de gate te gaan voordat mijn vlucht vertrekt. Alles lijkt spoedig te verlopen, en als ik eenmaal aan de beurt ben bij de bali ben ik er van overtuigd dat gaat lukken. Mevrouw kijkt in mijn paspoort en bladert er een paar keer doorheen. In het thais vraagt ze wat aan haar collega, waarna ze mij weer aankijkt. Waar is je visa voor vietnam? Ik: ‘die heb ik nog niet die koop ik daar op de airport.’ Mevrouw: ‘dan kan je helaas niet mee met deze vlucht, je moet je visa van te voren hebben.’

Ik had het kunnen weten. Marlou had me van te voren gezegd dat ze streng controleerde op visa. Maar na wat verhalen op internet te hebben gelezen was ik er van overtuigd dat het ook op de vluchthaven kon. En mijn twijfel werd al helemaal bevestigd doordat ik wist dat Sophie twee jaar eerder vanuit Australië ook gewoon zonder visa het land in kon. Sterker nog toen vloog ze ook van Bangkok naar Hanoi. Het leek me sterk dat de regels strenger waren geworden, waardoor ik geen visa meer had aangeschaft.
Hartstikke dom.
Na even te hebben gebaald heb ik besloten om er het beste van te maken. Zo heb ik besloten om direct naar Laos te gaan ipv eerst naar Vietnam. Voor Vietnam moest ik namelijk 130 euro betalen voor een nieuwe vlucht, en extra veel geld om versneld een visa aan te laten maken. Dit vond ik te duur worden, dus ik heb vannacht in de bus gezeten naar Laos waar ik nu ben. Deen bus was heel relaxed, brede stoelen en we kregen een dekentje, een koekje en een flesje water.

Ik heb er wel spijt van dat ik het niet beter had bekeken, want eigenlijk zou ik nu in Vietnam zitten met Marlou in een luxe hotel wat haar moeder voor ons had betaald. Maarja, van fouten moet je leren en volgende keer zal ik het extra goed uitzoeken.

Morgen komt Marlou aan in Vientiane en vanaf dan gaan we samen verder reizen..
Dit was dan mijn laatste blog uit Nepal. Treurig genoeg heb ik het land verlaten. Wel was het laatste wat ik zag een hond die een aap aanviel, wat ik wel typisch vond. In Nepal is niets wat het lijkt. Er gebeuren zoveel onverwachte gebeurtenissen op elke hoek van de straat.. Ik heb een onvergetelijke tijd gehad in Nepal en wil er super graag naar terug volgend jaar. Wel denk ik dat het lang genoeg is geweest en heb nu dan ook erg veel zin in de rest van de reis.. Ik hou jullie op de hoogte!

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!