Tranen en een glimlach
Liggend op een zacht bed, net wakker geworden van stemmen op de gang. Maar dit maal niet van de kindjes zoals de afgelopen weken, maar van saaie onbekende mensen. Ik ben namelijk sinds 6 april in Pokhara.. Vrijdag hebben Esther en ik afscheid genomen in het weeshuis.. Toch zijn er de afgelopen twee weken in Dhulikhel op de verbouwing na nog een paar benoemingswaardige dingen gebeurd.
Zo ben ik in de blog ‘een maand weg van huis’ vergeten Holi te vernoemen. Dit is een prachtig hindu festival die in India en Nepal wordt gevierd. Het gaat over de kleuren in de wereld, de dieperliggende gedachte erachter ben ik helaas alweer vergeten. Het is geweldig feest, vanuit Dhulikhel ben ik met Esther richting Kathmandu gegaan om het daar te vieren. Keihard rennend over de straten, op de daken van de huizen onschuldige kinderen met grote waterballonnen om ons nat te gooien. Op straat rennen kinderen met zakjes met vloeibare verf rond, of ze hebben poeder in hun hand waarmee ze je besmeren. Zo lukt het Esther en mij dan ook niet om schoon de bus te betreden. De eerste verfsporen zijn al op onze lichamen en kleren te zien. Maar het wordt nog tien keer erger. In Kathmandu aangekomen lopen we naar OR2K om daar Jyoti te ontmoeten, maar onderweg worden we hardhandig aangepakt, allemaal groepen mensen bestormen je en smeren je onder met kleuren. In OR2K ontmoeten we Jyoti die van haar gastfamilie ook kleurenpoeder heeft gekregen zodat wij anderen ook kunnen bestormen. De rest van de dag lopen we rond over de straten, letten we op of er wel of geen ballonnen van de daken worden gegooid en wenst iedereen elkaar Happy Holi toe. Op Durbar Square is er zelfs een hele dj set gebouwd met een camera ploeg wat vrij bijzonder is voor een land als Nepal. Kortom het was een leuke dag!
Een ander hoogte punt van de afgelopen weken was ons bezoek aan Nammobuddha. Dit is een heel bekent boeddhistisch klooster boven op een bergtop, waar zelfs Dalai Lama op bezoek is geweest. Vanaf Dhulikhel is het ongeveer een dag om er heen te lopen, vrij ver! Zo beginnen we ook vrij vroeg aan de tocht met onze moed nog in de schoenen. Het begin is erg zwaar omdat we eerst naar een golden Bouddha lopen met een stuk daarboven een uitzichtpunt. Dit is een steil stuk van trappen in de brandende zon. Eenmaal boven aangekomen zie je allemaal Nepalese mensen picknicken wat er enorm gezellig uitziet. Het is zaterdag de enige vrije dag, dus waarschijnlijk doen veel families dit als uitstapje. Na spaghetti met een vlieg geluncht te hebben zijn we verder gegaan. Dit deel van de wandeling was prachtig, het was door allemaal oude dorpjes heen waar de mensen nog erg primitief leven. Zo hebben we een tijdje bij een huisje gezeten van een familietje, waarbij ze ons meteen uitnodigde om te blijven lunchen. Dit hebben we natuurlijk niet gedaan want we hadden al spaghetti op, maar het is wel bijzonder dat een arme familie in een bergdorpje je al meteen uitnodigt om te blijven eten terwijl ze ook niet zoveel geld hebben. Wel hebben we het huisje van binnen mogen bezichten wat er super leuk uit zag. Ze kookte op een vuurtje, en boven was een slaapkamertje met een bed en een groot raam met uitzicht over de vallei. Ook hing Mona Lisa aan de muur en een foto van zijn kleindochter. Verder kwamen we tijdens onze wandeling een meisje tegen van de Sanjiwani School waar 7 weeskinderen op zitten. Na even met haar gepraat te hebben bleek het dat zij elke dag het hele eind naar beneden moest lopen voordat ze naar school ging, wat een hel!
Lopend door de dorpjes langs kleine klei huisjes met passerende vrouwen met zware manden op hun rug heb ik een goede indruk gekregen van het rurale leven in Nepal. Na een tijdje werd het wel erg zwaar en ver, dat we na het langsrijden van een bus schreeuwend naar beneden zijn gerend, met de vraag of ze even konden wachten. Nog vol van de adrenaline van het schreeuwen en rennen van de heuvel af klimmen we de bus op, en besluiten zo op het dak te gaan zitten. Dit is een erg bijzondere ervaring en bij elke bocht denk ik dat het mijn laatste is. De weg is vrij slecht en vol hobbels dus erg comfortabel is het niet. Wel geeft het een prachtig uitzicht over alle dorpjes in de vallei. Echt super! Eenmaal bij Namobuddha aangekomen zijn we blij dat we het laatste stuk met de bus zijn gegaan omdat het toch wel een zware klim was. In het dorpje drinken we een sprite en bekijken we de stupa. Het is een echt bergdorpje die ik me kan herinneren van vroegere huttentochten die we met het gezin wel eens hebben gemaakt, het moment dat je in een klein dorpje aankomt met het euforische gevoel dat je het hebt gehaald om vervolgens daar een drankje op te drinken. In dit dorpje is het hetzelfde, er is niet veel anders dan een paar kleine hotelletjes en restaurantjes. Na het drankje staan we voor het laatste stukje wandelen, op naar de Monastery. Ook dit is een stuk omhoog maar gelukkig niet al te ver. Het pad is beschaduwd door allemaal bladeren van bomen, en overal hangen gebedsvlaggetjes wat mij het idee geeft dat ik in een soort pretpark ben of op een feest waar je naar een bepaalde ruimte of plek wordt geleid. Eenmaal boven aangekomen konden we het enorme klooster zien. Het staat vooral uit gebouwen waar de monks slapen, en dan een paar grote rode gebouwen met gouden daken waar alle rituelen plaatsvinden. Het was erg indrukwekkend om te zien maar ik had niet echt heel erg het gevoel om er lang te blijven. Ik ben namelijk wel geïnteresseerd in het boedhisme en hun manier van leven maar doordat ik er niet echt kwam met een doel of een project zoals volunteering had ik niet echt een connectie met de monikken. Niet dat ik heel erg mijn best heb gedaan hoor, maar meer dat het voor mij niet veel meer was dan een groot gebouw en veel monnikjes die rondliepen. Toch is het wel leuk om zoiets te zien want omdat het zo religieus is heeft het op mij altijd een soort magische indruk, net zoals Boudha bijvoorbeeld in Kathmandu. Na dit korte maar interessante bezoek aan het klooster besloten we om Suraj Daj op te bellen, een vriend van Manoj de leraar, want het was al te laat om terug naar Dhulikhel terug te keren. Eenmaal gebeld met Suraj mochten we een nachtje in zijn weeshuis komen slapen, ‘First Love Nepal’. Zo hebben we vanaf Namobuddha een taxi genomen wat erg leuk was. Meteen al vroegen we of de muziek aan mocht en tot onze verbazing kwamen er allemaal bekende engelse nummers langs. Zo heb ik me rot gelachen toen ‘Who let the dogs out’ opeens langs kwam. Eenmaal in Bakundé aangekomen, kwamen we bij een prachtig weeshuis aan. Het is een weeshuis van de organisatie First Love die in meerdere landen vestigingen heeft. Het was een enorm geel huis wat onderdak biedt aan 54 kinderen. Alle kinderen hebben een bed en zijn verdeeld over kamers van 8 personen. Ze hebben een tv kamer, keuken en grote eetzaal. Plus elke kamer heeft een eigen badkamer. Verder zit er een enorme tuin bij, waarbij een groente tuin is waarmee ze hun eigen eten verbouwen. Ik vond dit weeshuis heel erg indrukwekkend en zelfs inspirerend, omdat ik in Dhulikhel veel minder luxe gewend ben. Dit komt puur omdat het First Love weeshuis erg bekend is, en zo heeft elk kind een sponsor uit Amerika, waardoor ze goede inkomens hebben. Wanneer een kind klaar is met hun studie (dit kan tussen de 16 of 21) gaan ze uit huis en krijgen ze nog een paar jaar financiele ondersteuning totdat ze het helemaal zelf redden. Dit is natuurlijk super goed en ik denk de droom van elke weeshuis houder. Dus dit was een leuke ervaring en Suraj Daj was erg aardig! De volgende ochtend heeft hij ons ook achter op de motor naar Dhulikhel teruggebracht. Dit was een prachtige tocht door de vallei langs leuke huisjes, wel hadden we hem beveelt dat die niet te hard mocht rijden waardor het geen gevaarlijke tocht werd. Eenmaal terug in Dhulikhel verliep de week zoals gewoonlijk.
De laatste paar hoogtepunten in Dhulikhel was natuurlijk de verbouwing maar daar heb ik al over geïnformeerd. Daarnaast had Manoj een afscheidsfeestje voor ons georganiseerd in een restaurantje waar we niks van af wisten (het was namelijk zijn verjaardag dus we dachten dat we daarvoor uitgenodigd waren. Na onze kadootjes te hebben gegeven hoorde we van een meisje naast ons dat het feestje voor ons was, erg apart. Op de terugweg in de bus laat ik ook nog eens mijn lelijkste onderbroek ooit op de grond vallen (ik was door al mijn ondergoed heen waardoor ik een roze oma onderbroek had gekocht zodat ik nog even vooruit kon). Op het moment dat ik mijn trui uit mijn tas wilde pakken viel deze beruchte onderbroek op de grond. Waarna een Nepalese jongen me er op attent maakte dat het op de grond lag, maar dit was erg grappig haha. De volgende dag besluiten wij dan ook om een afscheidskampvuur te geven voor onze inmiddels gemaakte Nepalese vrienden en dit was erg leuk. We hebben de hele avond rond het kampvuur gezeten met zijn achten, waaronder Suraj Daj en Manoj. Er waren twee gitaren dus we hebben de hele avond liedjes gezongen. Verder had Suraj Daj een geweldig krachtige stem waardoor alles prachtig klonk dit was super leuk en zo kom je ook weer meer te weten Nepalese cultuur en hoe zij tegen de wereld aankijken. Zo verdienen ze in Nepal bar weinig, met een maand werken als leraar wordt maar zo’n 85 euro verdiend. Ook worden veel mensen nog uitgehuwelijkt. Zo had een jongen een relatie met een meisje waarvan hij wist dat ze uiteindelijk uitgehuwelijkt zou worden aan een ander. Hierdoor wist hij bij voorbaat al dat de relatie geen toekomst had, terwijl ze dat beide niet wilde. Ook hoorde ik dat in het westen van Nepal (waar niet veel toeristen komen) er heelveel kindhuwelijken zijn en meisjes van 11 al met een kind rondlopen. Best een raar idee dat er zoveel verschillen zijn met Nederland maar ook in Nepal zelf. Er valt dus nog veel meer te zien in Nepal.
Twee dagen na het kampvuur met de Nepalese bevolking is de laatste dag in Dhulikhel aangebroken. De dag daarvoor hebben we met het weeshuis ons laatste kampvuur gehad. Wat zoals gewoonlijk weer geweldig was. De kinderen zijn zo leuk en samen zingen en dansen is zo fijn! Zo moet iedereen omstebeurt een nummer optreden. Samen met Dipa heb ik I like the flowers gezongen haha. Het was heel leuk om samen met dit schatje te zingen, helaas hoorde je vooral mij. Aan het eind van het kampvuur hadden alle kindjes een cirkel gemaakt verbonden door handjes, waarna Esther en ik in het midden moesten gaan staan. Waarbij ze tegen ons schreeuwden dat we niet weg mochten gaan en elke keer als we uit de cirkel probeerde te gaan blokkeerden ze ons. Dit was wel heel schattig omdat iedereen riep dat we niet weg mochten. Toen het kampvuur ten einde was heb ik nog even in de meisjes kamer gechilld met de nieuwe mooie bedden. En zo lag ik even samen met Dipa en Bimala in bed, waarna ze echt na twee minuutjes in slaap vielen. Het liefst was ik blijven liggen maar het was toch wel een beetje krap dan.
De volgende ochtend was het zover, de laatste dag in het weeshuis. Ik werd meteen al wakker met een brok in mijn keel wetend dat het de dag is waarop we dag moeten zeggen. Zo beginnen Esther en ik de dag met onze spullen opruimen, wat hoognodig is, de kamer is een zooi. Na het ontbijt maken de kindjes zich klaar voor school, zoals elke andere dag. Toch heb ik het gevoel dat ik alles goed moet opslaan omdat het de laatste keer is dat ik het zie. Vlak voordat ze naar school vertrekken verteld Lila dat ze een klein afscheidsceremonietje willen doen voordat de kindjes naar school gaan. Zo nemen wij plaatst in de ontvangstkamer, Esther en ik op de bank, alle kindjes tegenover ons met verwachtingsvolle ogen afwachtend voor wat er komen gaat. Zo beginnen ze met een liedje, Lila speelt gitaar en zingt de zinnen voor, de kindjes zingen het na. Dit is meteen al heel ontroerend omdat het zo’n langzaam zielig nummer was en de kindjes zo lief zongen. Hier op volgend krijgen wij kadootjes, telkens mogen een jongetje en een meisje naar voren komen. Zo hebben wij een sjaal gekregen, nog een andere sjaal met een nepalese tekst erop wat een bedanksjaal is, een postkaart met alle namen van de kindjes erop en een soort trofee waarin staat gegraveerd dat we daar hebben gevolunteerd. Super leuk!
Hierna volgt het emotionele deel, allereerst vertelde Lila in het Engels waarom hij ons zo dankbaar is. Daarna verteld Rina in het Nepali haar ‘speech’, Lila vertaald dit voor ons. Terwijl Rina tegen ons praat begint ze heel hard te huilen. Met tranen over de wangen en moeite met praten verteld ze dat het zo lastig was geweest om het weeshuis te runnen de afgelopen jaren. En dat e zo blij is dat we zoveel goede veranderingen hebben gebracht. Langzaam aan stromen de tranen ook over mijn wangen en beginnen alle kindjes te huilen, eerst de oudere jongen, daarna de meisjes. De kleintjes zie je vragend om zich heen kijken, en zo zie ik dat Dipa eerst een beetje glimlachend nerveus om zich heen kijkt maar dat ook daarna bij haar de traantjes komen. Dit was echt een heel moeilijk moment en tussen de tranen door had ik ook een lach op mijn gezicht kijkend naar alle lieve kindjes met in mijn achterhoofd de geweldige tijd die we samen hebben gehad. Rina moet zo hard huilen dat ze op een gegeven moment niet meer goed kan praten, en zo besluiten Esther en ik om haar een dikke knuffel te geven en daarna geven we alle kindjes knuffels. Het is bijzonder om te zien dat zelfs een paar van de oudere wat stillere jongens moeten huilen.. En na heelveel knuffels en kusjes moeten we toch echt naar school. Met betraande gezichten lopen we op weg naar school, de tocht die normaal altijd vrolijk is en met liedjes wordt gekenmerkt is deze dag vrij stil. Esther en ik proberen de goede sfeer erin te houden, maar een paar van de kindjes zeggen helemaal niks. Eenmaal op school aangekomen nemen we afscheid van de kleintjes en gaan wij met de jongens naar het internetcafé om een e-mailadres voor ze aan te maken zodat we in contact kunnen blijven. Hierna gaan Esther en ik naar Nawarranga Guest House om daar voor elk kindje een boekje te maken, met op de voorkant een foto van het kindje en op de achterkant een foto van ons. In het boekje schrijven we een kort tekstje over onze tijd hier en de grappige dingen die we met dat specifieke kind mee hebben gemaakt.
Onze laatste terugweg naar het weeshuis komen we twee jongetjes tegen met een enorme stok vol met suikerspinnen en zo kopen we voor elk kindje een suikerspin. In het huis aangekomen zijn de kindjes terug van school en geven we iedereen hun boekje. Met een brok in mijn keel pak ik mijn laatste spullen en stofzuigen we de kamer met de nieuwe stofzuiger. Rina helpt me met mijn tassen naar beneden te dragen en ik zie dat ze alweer aan het huilen is. Het voelde echt even als een moeder die geen afscheid wil nemen van haar kinderen. Zo herinner ik dat ik mama een keer met tranen in Sophie’s kamer zag staan vlak voordat ze naar Australië ging, omdat het afscheid opeens wel heel erg dichtbij kwam. Beneden aangekomen moet ik weer heel hard huilen en geven we iedereen de laatste knuffels. Lila is alvast naar het buspark met onze spullen. Het enige grappige moment aan dit afscheid was dat toen we wegliepen, Subas het kleinste prulletje (mijn favoriete jongetje in het weeshuis) ‘See you tomorrow’ naar ons riep. Hieraan is te zien dat de kleintjes het waarschijnlijk niet realiseren dat we echt voor zo lang niet terug zullen komen. Maar met een glimlach op mijn gezicht om Subas zijn opmerking en traansporen op mijn wang lopen we dan voor de laatste keer Dhulikhel uit. Eenmaal bij het buspark aangekomen is Lila daar met onze spullen, en zijn de laatste woorden die we eenmaal in de bus horen: ‘God bless you!’ Eenmaal in de bus realiseer ik me dat het avontuur nu echt is afgelopen..
De dag hierna nemen we vanuit Kathmandu de bus naar Pokhara, daar waar ik nu al een tijdje ben. Ik probeer niet al te veel bezig te zijn met het idee dat we de kindjes niet lang zien. Maar in middels heb ik er vrede mee dat het is afgelopen, we hebben zeker gedaan wat we konden en de kinderen een leuke 1,5 maand bezorgt. De eerste avond in Pokhara werden we dan ook verrast met een telefoontje van Lila, waarbij alle kindjes met ons wilde praten en vertelde dat ze ons miste. Inmiddels vier dagen later gaan we vanavond weer even met de kindjes bellen.
In Pokhara is het weer warm en ben ik vooral even tot rust gekomen na het drukke leven in Dhulikhel. Ik heb geparaglide wat super leuk is. Hierbij ren je met een pilot van een berg af en dan hang je aan een soort parachute waarbij je het prachtige uitzicht over Pokhara kan zien. Helaas was het bewolkt waardoor we de himalaya toppen niet goed konden zien. Wel was het een mooie ervaring om een keer echt te vliegen, en op het eind heeft de pilot trucjes gedaan die super vet waren. Zo ben ik bijvoorbeeld over de kop gegaan met de paraglide! Naast het paragliden hebben we een bootje gehuurd veel aan het lake gechilld en was het het plan om een trekking te gaan doen. Ik ben hier namelijk nu met Esther en Jyoti. En ik zou deze week met Jyoti en Astrid (een ander Duits meisje) een trekking gaan doen. Helemaal bepakt en bezakt, uitgecheckt in het hotel en eten ingeslagen kwamen we erachter dat geen een pinautomaat het deed. Hierdoor hebben we de trekking niet kunnen doen omdat we geld nodig hadden voor ons permit en de overnachten. Je zou zeggen dat we dan gemakkelijk een dag later konden beginnen, maar dat was ook geen optie omdat Jyoti door een hond is gebeten en morgen verplicht een Rabies prik moet halen. Hierdoor kunnen we nu niet meer de Poon Hill trek gaan doen, maar gaan we morgen een korte trekking doen. Doordat de trekking niet doorging kon ik wel meer tijd doorbrengen met Esther wat erg gezellig is. Zo hebben we eergister een scooter gehuurd waarmee we door pokhara en omgeving hebben gecrosst om een tibetaans vluchtelingen kamp te bezoeken. Het scooter rijden was eerst best eng omdat het verkeerd hier echt gestoord is, maar gelukkig ging het ons goed af en kon ik eindelijk is wraak mensen op de mensen die altijd eindeloos veel toeteren (door middel van terugtoeteren). Vandaag gaan we waarschijnlijk weer een bootje huren en op het meer chillen omdat het onze laatste dag is met zijn drieën. Ook hebben we een duitse jongen ontmoet waar we elke dag wel wat mee drinken dus dat is erg gezellig.
Verder zou ik nog veel meer kunnen uitweiden over van alles, maar ik denk dat dit wel weer genoeg informatie is. Kortom ik heb nog een paar daagjes in Nepal over waarin ik een trekking wil doen. Verder heb ik totaal geen zin om Nepal te verlaten maar is het wel weer tijd voor een nieuw avontuur, plus ik kan dan Marlou weer zien J
En ik ben erg blij met het vrijwilligerswerk wat ik heb gedaan, ik ben er geen andere persoon door geworden maar m’n kijk op dingen is wel veranderd. Zo zei Rajesh in de orientatie week, je zal hun niet veranderen alleen jezelf. En ergens klopt het wel omdat het niet is dat we grote veranderingen kunnen doorvoeren in hun dag routine of levenswijze. Maar je kunt wel je steentje bijdragen en dat heb ik zeker gedaan. Allereerst door de verbeteringen in het huis. Ten tweede doordat de kinderen een stukje beter engels spreken en in ieder geval niet meer zo bang zijn om fouten te maken als in het begin. En ten slotte ben ik er ook trots op dat Bimala meer in de groep ligt. Dit is de grote zus van Subas, en aan het begin was zij altijd een beetje het meisje wat in het hoekje van de kamer verdrietig op de grond zat. Hierdoor hebben wij geprobeerd haar wat meer aandacht te geven en meer in de groep te krijgen. En de laatste twee weken straalde ze echt enorm, is ze vriendinnetjes met alle meisjes en bij het kampvuur was ze zooo vrolijk aan het dansen. Ik weet niet in hoeverre ik hier iets aan heb gedaan maar het is in iedergeval echt fijn om te zien dat het een grote groep en familie is geworden.. Ik zal mijn tijd in Dhulikhel nooit vergeten en heb nu al zin om volgend jaar Nepal weer eens te bezoeken.
In mijn volgende blog zal ik hopelijk meer kunnen vertellen over de trekking en mijn laatste dagen in Nepal. Bedankt voor het lezen en Namasté!
Reacties
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}