Busreizen, bloedzuigers en bamboobossen
Het is alweer een tijdje geleden, hoogtijd voor een nieuw blog.
Zoals de titel al zegt, we hebben heel wat busreizen achter de rug. Na onze tijd in het noorden zijn we afgereisd naar Nong Khiaw. Dit was een van de weinige reizen die goed en comfortabel verlopen is. We zaten in een minivan, en die zijn wat kleiner en comfortabeler dan de local bussen hier. Eenmaal aangekomen in Nong Khiaw stappen we uit bij het River Lodge resort. We hadden deze ‘lodge\' aangeraden gekregen van Thomas, een vriend van Math en Guus, die co-owner is van dit guesthouse. En inderdaad, het is een prachtige plek. Het is helaas wel wat prijziger dan de andere locaties, maar het is wel even fijn om niet meer in een dorm te slapen en gewoon onze eigen kamer en douche te hebben. De eerste dag in Nong Khiaw hebben we vooral een beetje sight seeing gedaan en door het dorpje gelopen. Het is een prachtige plek, erg rustig en grenzend aan een rivier met uitzicht op de bergen. Voor de mensen die het ‘tanja en marlou journaal filmpje\' hebben gezien, dat is Nong Khiaw! In Nong Khiaw waren Marlou en ik op zoek naar de iets rustigere, minder toeristische kant van Laos. Minder toeristen en meer locals. En dit is gelukt!
De volgende dag in Nong Khiaw gaan we samen met een Duits stel van onze leeftijd uit het hostel een dag tour doen. We worden om negen uur opgehaald met een bootje met een gids. We varen door de prachtige rivier met uitzicht op de bergen, koeien die zwemmen, varkentjes die uit de rivier komen drinken en meer. Ondanks dat het bootje een klein beetje herrie maakt is het een erg ontspannen ritje. Na een tijdje komen we aan bij onze eerste stop, een klein dorpje. Van tevoren was ik bang dat het een dorpje zou zijn waar elke dag toeristen door heen lopen en waarbij ze standaard dingen zouden laten zien en vertellen zoals : ‘deze vrouw maakt een rietenmand\'. Dit was gelukkig helemaal niet het geval. Het was een prachtig klein dorpje waar je het echte leven kon zien. Kippen, eendjes en varkentjes lopen door het dorp en ook puppies zijn aanwezig. Kinderen spelen op straat en oude mannetjes chillen in hangmatjes. Na wat rond te hebben gelopen en foto\'s te hebben gemaakt gaat de tocht weer verder. Met het bootje varen we naar een ander dorpje, waar het actieve deel van de dag gaat beginnen. We komen aan in het dorpje, wat iets drukker is dan het andere dorpjes. Er staat ergens keiharde muziek op en de kinderen rennen rond op straat. Volgens de gids hebben beide dorpjes een schooltje, maar toch zie ik de kinderen buiten rondlopen. Zo blijkt het dat de leraar een meeting heeft in een ander dorpje en die dag niet kan lesgeven. Na ook dit dorpje te hebben bezichtigd begint de wandeltocht naar de waterval. Jammer genoeg loopt de dorpsgek die kaartjes verkocht voor de waterval met ons en de gids mee. Deze man is een klein beetje irritant omdat hij overduidelijk dronken is, de hele tijd in het Laotiaans tegen je praat en danst. Maar het vervelendste vond ik nog dat hij enorm naar alcohol stonk. Maar gelukkig maakte het de wandeling er niet minder op. Door de velden lopend, kleine huisjes passerend naderen we de waterval steeds meer. Het laatste stuk van de wandeling is dan ook meer in het beboste deel, over allemaal stenen en kleine paadjes. Hoe dichter we bij het eindpunt komen, hoe pittiger het wordt. Zo moeten we veel klimmen over stenen, terwijl ik en Marlou alleen maar slippers aan hebben (de guesthouse baas zei dat dat kon). Enige vervelende aan mijn verkeerde schoeisel keus is dat mijn slipper af en toe los vliegt waardoor ik uitglijd of val. De dorpsgek vind het op zulke momenten leuk om me op te rapen, maar met die geur uit zijn mond blijf ik liever liggen.. Eenmaal aangekomen bij de waterval blijkt het dat de dorpsgek zijn eigen vrienden daar heeft, waardoor wij gezellig met de duitse jongen en meisje en de gids kunnen gaan lunchen. De lunch is gemaakt door de sister-in-law van onze gids en is heerlijk. De gids zoekt wat grote bladeren, en daarop worden twee verschillende sauzen/ tapenades uitgebreid. Eentje met tomaat, en een andere met kip en mushrooms. Verder krijgt iedereen een bakje met sticky rice. Eten gaat met de hand, maar gelukkig ben ik dat nog gewend van Nepal. Na de lunch blijven we nog even kletsen over cultuurverschillen tussen Laos en het westen. Zo verteld de gids ons dat hij zo\'n 5000 euro nodig heeft om te trouwen, hij koopt bij wijze van spreken het meisje van de ouders. Nou klinkt kopen erg fout, maar het is meer dat wanneer hij een vrouw vindt waar hij zijn leven mee wilt delen, hij een fors bedrag moet afstaan aan haar ouders. En daarna trekt de vrouw bij zijn familie in. Nou weet ik niet zeker of het echt 5000 euro is, want meneer Mang van River Lodge zei dat het ook voor minder kan. Toch blijf ik het een absurd idee vinden dat je moet betalen. Want ondanks dat het dan een love marriage is, moet er alsnog geld voor worden neergelegd. Maar ja zo zie je maar weer dat elk land zijn aparte gewoontes heeft, wat het reizen natuurlijk extra interessant maakt.
Na de lunch zijn we het stuk terug gelopen naar de boot, ditmaal zonder dorpsgek, maar wel met de brandende zon op ons hoofd. Eenmaal in het bootje aangekomen varen we terug naar Nong Khiaw. Al met al was het een leuke tour, mooie dorpjes en een goede benenstrekker (van al die busreizen en hangen in restaurantjes word je soms toch wel een beetje lui).
\'s Avonds eten we heerlijk bij een indiaans restaurant en bekijken we onze reisplannen. Zonder dat je het door hebt gaat de tijd toch snel, zo besluiten we een klein overzichtje te maken wat we nog willen doen. We kunnen niet al te veel tijd in Laos spenderen als we ook nog naar Cambodja willen en op tijd in Thailand willen zijn voor de fullmoonparty. Zo moeten we tot ons verdriet een keus maken tussen Muang Ngoi, (een klein afgelegen alleen met de boot te bereiken dorpje zonder elektriciteit), en Luang Namtha (de ‘grootste\' stad in Noord-West Laos met eco-jungle trekkingen in een National Park + verschillende tribes). Na wat wikken en wegen hebben we besloten om toch verder naar het noorden te trekken, omdat je daar waarschijnlijk ook kleine dorpjes kan bezoeken zoals Muang Ngoi. Zo boeken we op koninginnenacht een busticket naar Luang Namtha, een local nachtbus. Verder hebben we een vrij saaie avond, geen andere Nederlanders te bekennen. Wel praten we nog even met een ouder Engels stel wat op een varende woonboot woont in Engeland. Woonachtig in een gebied waar veel toerisme (waaronder veel Nederlanders) op afkomt wegens de velen graancirkels. Het mooie aan dit verhaal is dat vrienden van hen de graancirkels creëren, en ze er zelf wel eens bij zijn geweest wanneer er een werd aangelegd. Maar oké dit was dus ongeveer het hoogtepunt van de avond, op een raar verhaal van een Duitser na. Hij werd namelijk een paar dagen geleden met allemaal rook in zijn kamer wakker. In paniek, ‘fire, fire,\' roepend met een bloedende neus rent hij de deur uit. Bleek het dat de regering met zwaar chemisch anti-insectenspul de omgeving aan het bespuiten was, waarna het door zijn houtenvloer zijn kamer in trok en hem trof. ‘
Nou je kunt wel zien dat wij een onwijs leuke koninginnenacht hebben gehad! Koninginnedag werd er niet veel beter op. Op mijn oranje t-shirt en Marlou\'s oranje armbandje na was er niks oranjes te bekennen. Geen vlaggetjes, dansende mensen, kraampjes op straat of oranje tompoucen. Dus om ons verdriet weg te werken hebben we maar de hele dag gegeten. We hadden namelijk de bus geboekt voor vijf uur, waardoor er te weinig tijd was om nog een tour te doen die dag. Zo hebben we bij twee verschillende restaurantjes gelegen, gegeten, gelezen en onze dagboeken bijgewerkt. Een erg nutteloze dag, zeker omdat de bus er uiteindelijk pas om 7uur was en we dus wel nog wat hadden kunnen doen.
En hier komt dan het eerste drama van een busreis. Om 7 uur arriveert de minivan die ons naar het busstation op een uur afstand gaat brengen. Het is inmiddels donker en de muziek staat aan in de auto. We zijn met denk ik zes anderen in het busje, en het is best gezellig. Eenmaal op het busstation aangekomen hebben we nog maar een minuut om in de bus te komen. In chaos splitsen de toeristen zich op naar verschillende bussen en klimmen Marlou en ik de bus in. Het eerste aanzicht van de mensen in de bus belooft al niet veel goeds. Helaas zijn er nergens meer twee stoelen vrij, Marlou gaat achterin naast een tienermeisje zitten, en ik neem plaats naast een woest aantrekkelijke Aziaat. Dat woest aantrekkelijke is natuurlijk een grapje, maar vergeleken met de rest van de bus die vol zit met boeren en raar volk heb ik opzich nog wel geluk met deze vrij normaal ogende jongen. In de bus stinkt het naar vieze mensen en rare zakken en spullen die ze met zich meebrengen. De weg naar Luang Namtha is erg slecht en heeft veel hobbels en bochten. Doordat het donker is krijg je niet veel van de omgeving mee, wel voel je dat de bus erg langzaam rijdt en af en toe erg vertraagd om zo diepe kuilen te trotseren. Voorin praten mensen te luid, schuin naast me staart een rare boer me continue aan. Ook begint het steeds kouder te worden in de bus, en vries ik bijna dood omdat ik zo dom ben geweest om niet iets warmers aan te doen. Wanneer het buiten ook nog begint te stormen, heb ik het gehad. De mensen in de stoel voor me slapen, maar hebben hun raam open staan. Zo regent het in mijn gezicht en staat het kippenvel op mijn armen. Nu lijkt het of ik mezelf heel erg zielig vind, maar dit is werkelijk waar het waargebeurde verhaal van de eerste dramatische busreis. Maar het verhaal is nog niet ten einde want na geen oog dicht te hebben gedaan, worden we om half 3 \'s nachts in the middle of nowhere gedropt. Het nare aan Laos is dat de busstations zich ver buiten de stad bevinden waardoor je altijd nog een tuktuk moet nemen om ergens te komen. Gelukkig zijn er op het busstation nog twee andere toeristen, een Engels meisje en een Israëlische jongen. Zo staan Marlou en ik er niet helemaal alleen voor. Nadat de meeste gekken het station al hebben verlaten via tuktuk zijn wij nog over. Samen met de twee andere toeristen, twee gestoorde boeren die allemaal kippen en kuikentjes in een mand aan de tuktuk vastbinden en mijn busbuurjongen nemen we een tuktuk richting centrum. Deze tocht is erg lang, gekenmerkt door een lange weg. Tijdens het rijden slaat de tuktuk een paar keer af. Maar telkens wordt er wat aan de motor gerommeld waardoor we dan toch weer kunnen rijden. Iedereen stapt eerder uit dan wij. En bij de boeren lijkt het zelfs of ze hun hele hebben en houwen mee hebben genomen en hier een nieuw bestaan willen opbouwen. We vragen de tuktukdriver of die ons naar een guesthouse kan brengen. Maar wanneer hij onze spullen van het dak haalt en ons dropt voor een duidelijk gesloten guesthouse zakt de moed toch wel een beetje in de schoenen. We staan in het donker, langs de weg, in een nog onbekende stad, zonder slaapplaats in Laos. Gelukkig zijn we niet met zijn tweeën maar met zijn vieren. Zo gaan we op zoek naar een open guesthouse, wat niet erg makkelijk blijkt te zijn. Alles is gesloten, het is pas half 4 en we willen niet buiten vergaan van de kou. Maar geluk bij een ongeluk, we vinden een guesthouse die per ongeluk zijn voordeur heeft open gelaten. Het ziet er van binnen vrij chique uit en is Chinees ingericht. Wel is er niemand van het guesthouse te bekennen, en zo besluiten we om maar plaats te nemen in de lobby. Het is er tenminste warm en na een halfuurtje val ik dan ook in slaap op een houten bank. Om zes uur \'s ochtends besluiten we een nieuwe slaapplek te zoeken, het is weer licht en het leven op straat is weer begonnen. Zo vinden we twee straten verder een erg cheap guesthouse die nog wel een kamer overheeft. Buiten horen we een schreeuwende laotiaanse stem op de radio en door de gordijnen heen verlicht het daglicht onze kamer. Toch weet ik de slaap te vatten, en rond 12 uur staan we opnieuw op. Zo gaan we ontbijten in het dorpje (het is meer een groot dorp dan een stad). Deze hele dag zijn we vrij lui, eten we wat en vergelijken we verschillende trekkingen en tours die we kunnen doen. In de avond skype ik met Mathilde en andere familieleden, want Tilly is jarig! Na het eten besluiten we om toch een drie-daagse trekking te boeken. Eerst waren we hier tegen omdat we minder dagen in Luang Namtha wilde spenderen. Maar het leek ons toch wel een unieke ervaring omdat je en een nacht in een jungle camp overnacht en een nacht in een dorpje. Plus waarschijnlijk zullen we de rest van onze reis geen trekking meer gaan maken denk ik. Dus met een klein beetje angst voor vermoeidheid (er stond dat de dat moeilijkheidsgraad 9/10 is) hebben we deze trekking geboekt.
De volgende ochtend, de wekker gaat vroeg. Snel laatste spulletjes inpakken en uitchecken. Na een ontbijtje van sandwich en yoghurt lopen we naar het reisbureautje toe. Daar zit de hele groep al buiten. Al snel raken we aan de praat met Hesther, een nederlands meisje wat ook de trekking gaat doen. Verder zit de Israelische jongen van de busreis erbij, twee israelische meisjes, vier fransen en een engelse jongen. Pas na een tijdje komen de minivans om ons naar het beginpunt te brengen. Heerlijk in het busje met airco aan heb ik toch een beetje spijt van m\'n keuze. Na mijn trekking in Nepal weet ik hoe zwaar het lopen soms kan zijn. Achteraf gezien kan ik zeggen dat het enorm mee viel!
Aangekomen in een klein dorpje begint de trekking. Per 2 worden we met een bootje naar de overkant gebracht. Vanaf daar begint de tocht door de jungle. Het begin deel moeten we enorm veel klimmen. Aan het begin valt dit vrij zwaar en zweten we ons rot. Omdat het de nacht ervoor kei hard gestormd heeft zijn de paden vrij glad en soms onbegaanbaar. Bij elke stap moet je goed opletten dat je niet wegglijd (wat soms ook gebeurd). Ook zijn er veel bomen omgevallen en liggen en hangen er overal bamboo over de paden. Een gids loopt voorop, de andere achteraan de groep. De gids die voorop loopt moet af en toe met een hakmes het pad begaanbaar maken. Gelukkig wordt het zweten iets minder hoe hoger we komen, je lichaam raakt gewend aan het klimmen. Eenmaal boven aan de top krijgen we lunch. De gidsen zoeken grote bladeren waarop het eten wordt uitgespreid. Het eten heeft wat weg van het eten wat we bij de watervallen kregen, maar ditmaal met pompoen. Ook krijgt ieder zijn eigen blad met sticky rice erin. Na deze break zijn we verder gelopen en afgedaald aan de andere kant van de berg. Gaande de weg werd het boven ons donkerder. Aangezien het bijna elke dag hier raak is met slecht weer verwachten we er dan ook niet al te veel goeds van. Ook worden we de hele trekking gepest door bloedzuigers. Deze bevinden zich op de bladeren en de grond en klimmen via je schoenen omhoog.. Dit zorgt voor veel chaotische kreten. Zo heb ik er een van Marlou\'s been moeten afslaan. En nog erger, eentje bij mij in was al in een verder stadium, en was zich hardhandig vacüum aan mij aan het zuigen. Pas na veel geschreeuw en takslagen komt die los, waarna er een druppel bloed uit mijn been loopt die voor meneer de bloedzuiger bedoeld was...
Wanneer ik het bijna gehad heb verschijnt er onder aan de berg een rivier met daar achter een hut. ‘This is where we sleep tonight,\' verteld de gids ons. Hallelujah! Maar net op het moment dat we onze schoenen uitdoen om de rivier door te steken barst het los. Al gillend rennen we naar de overkant. Halverwege de rivier is de gids zo lief om onze tassen te pakken en alvast verder te rennen zodat die droog blijven. Door de kiezels en stenen in de rivier is het niet zo makkelijk om snel door de rivier te gaan. Maar gelukkig wanneer we het bereikt hebben voelt het ook wel fijn om er te zijn. Samen met Hesther en de Israelische en de Engelse jongen leren we een nieuw kaartspel: Kabul. Echt een super leuk spel wat ik iedereen ga leren als ik terug in Nederland ben. Na het kaarten gaan we eten, wat veel weg heeft van het middageten maar erg lekker is. Na het eten is het weer alweer een stuk beter en kunnen we bij een kampvuurtje zitten. Helaas is erg geen gitaar, dat vind ik altijd wel bij een kampvuur passen. Wel hebben we wat liedjes gezongen. En hebben Marlou en ik op de franse vrouw gestort die amper engels kon, om ons Frans te testen. Een beetje teleurgesteld was ik wel, na zes jaar Frans kan ik het nog steeds niet vloeiend spreken en lang niet alles zeggen wat ik wil. Maar wel was het grappig om even Frans te praten. Terwijl wij bij het kampvuur zitten maken de gidsen onze bedden klaar. Dunne matjes met een slaapzak onder een kampvuur. Omdat we met veel zijn passen de gidsen niet meer in de hut, zij slapen onder het afdakje buiten. Zo liggend onder een klamboe in een houten hutje omringd door jungle geluiden geeft toch wel een jungle achtig gevoel. De volgende ochtend, na een niet al te goede nachtrust, is de tweede dag van de trekking aangebroken. Na een ontbijt van sticky rice en omelet, plus oploskoffie uit een bamboobeker begint het weer. Wederom is de route eerst omhoog, daarna omlaag. Wel is het deze dag iets pittiger omdat de wegen slecht te zien zijn. Meerdere keren vraag ik me af of het überhaupt wel een pad te noemen is?\' Door het beginnende regenseizoen stormt het vaak heftig waardoor heelveel bamboo is omgevallen. Ook moet je je vaak vast houden aan omringende takken om niet te vallen. Maar wanneer je dan een dode boom of bamboo vastpakt ben je alsnog de lul. Wel is het de tweede dag nog warmer dan de dag daarvoor.. Wanneer ik ook nog eens een ernstig gevoel krijg dat ik moet poepen vind ik het toch wel jammer dat ik niet in een hostel zit met een eigen fijne wc. Dit gevoel wordt bevestigd wanneer ik een half uur later het echt niet meer kan houden en het blijkt dat ik diarree heb. Nog snel kon ik roepen naar Marlou en Hesther dat ik het echt niet meer kon houden, en halve minuut later is het dan ook zo ver; diarree in de jungle. Gelukkig ben ik nu een echte survival Queen, want wie diarree in de jungle overleeft, overleeft alles haha. Gelukkig bleef de diarree bij een keer in de jungle en een keer in het dorpje. Dus het was nog niet echt te vergelijken met de problemen die ik aan het begin in Nepal had gehad. Maar kortom, ondanks de diarree, hitte, bamboo en bloedzuigers hebben we ook de tweede dag jungle trekking overleefd. En zo kwamen we bij ons tweede slaapplaats, een prachtig dorpje!
Hoe het dorpje heet weet ik niet. Maar als je er doorheen loopt waan je je in de middeleeuwen, zonder de stank, afval en rare ziektes. Wel zijn de huisjes nog erg authentiek, lopen de kindjes overal naakt rond en rennen er kippen, varkens, eendjes en hondjes over straat. Wanneer we hier aankomen is iedereen zo vies, stinkend en bezweet dat we meteen het water inspringen. In de rivier zijn veel kinderen aan het zwemmen en zich aan het wassen. Wanneer we verder zwemmen komen we bij een deel waar de kinderen uit de boom springen, en van zelfgemaakte schommels het water in tuimelen. Erg leuk en gezellig! Heel stoer klom ik ook de boom in, maar bovenaan gekomen werd mijn lichaam gevuld met angst en durfde ik opeens niet meer. Dit vonden de kinderen natuurlijk erg grappig, maar ik was zelf de lul omdat ik ook niet meer terugkon met naakte kindjes achter me die ook wilde springen. Dus zo heb ik me uiteindelijk vermand en ben ik toch maar gesprongen.
Omdat ik niet al te veel woorden moet wijden aan elk klein resultaat zal ik het maar samenvatten als een geweldig dorpje. Na te hebben gezwommen hebben we aan kinderen potloden uitgedeeld, achter elkaar gerend en gekken bekken getrokken. De jongens hielden racen door het dorp met fietsbanden en een stok waarmee ze het aandrijfden. Na een lekker avondeten hebben we met 2 andere jongens en Hesther Kabul gespeeld onder het genot van een biertje. Daarna zijn we gaan slapen in een van de twee vestigingen, een goede keus want later hoorde we dat een Columbiaanse jongen de volgende ochtend wakker werd met drie kleine ukken zittend op hem alsof hij een bank was.
Dag 3 van de trekking. Eindelijk geen wandelen meer maaaaar kayakken! Samen met Marlou nemen wij plaats in een kleine gele bananen boot. De kayakken zien er iets anders uit dan onze kayakken in Nederland ze zijn namelijk opblaasbaar. Helaas was die van ons ook lek waardoor we regelmatig bij moesten pompen. Het kayakken was stukken leuker dan verwacht want het water was erg wild! Af en toe bleven we haken op een steen omdat het water nog wel erg ondiep was, dit leverde hilarische momenten op! Ik zal het leukste moment omschrijven.
Een van de laatste grote stromingen... De gids schreeuwt: jongens rechts! Maar Marlou en ik stormen de stroomversnelling al in, maar begrepen helaas niet dat we rechts van de steen moesten ipv aan het eind van de stroom naar rechts. Zo knallen we direct op de steen in het midden, waarna een andere kayak ook op ons vast stormt. Schreeuwend vragen we of de boot ons los kan maken, maar nadat Joni de israelische jongen hun kayak bevrijd krijgt hij ons niet los en hangt die zelf achter zijn kayak aan te laat om er in te komen. Lachend om dat aanzicht komt de volgende kayak aan. Keihard schreeuwend vragen we of ze ons willen redden. De Colombiaanse jongen reikt zijn rode peddel aan, waarna Marlou hem vast pakt. Helaas is de stroming te sterk en de steen te groot. Nadat ze de peddel los laat zonder resultaat vliegen de Colombiaanse en Engelse jongen de boot uit. De stroming is echt erg hard en ze vallen op de ene steen na de ander. Maar veel tijd om te kijken hebben we niet want de volgende blooper komt er al weer aan. Het franse stel pakt de linkse route van de steen, wat niet de bedoeling was. Een fractie van een seconde later zie ik de vrouw vast zitten op de steen, waarna de man al verderop ligt vast in een mini waterval.. Van het lachen plassen marlou en ik allebei in onze broek. Het is alsof we in een reallife home video programma zaten maar dan beter. Waarschijnlijk is de omschrijving tien keer minder leuk, maar toch leuk om even te delen.
Na deze fijne kayaktocht worden we met de bus terug naar het dorpje gebracht waar we met de hele groep een gratis cocktail krijgen. We gaan snel terug naar ons hostel om te douchen om daarna met zijn allen te eten. Wanneer we weer weg willen is de storm losgebarsten en net wanneer Marlou en ik de deur open doen zien we een elektriciteitspaal door de bliksem worden getroffen en in vonken opvliegen. Snel terug naar binnen, waar de elektriciteit inmiddels uitgevallen is. En bij kaarslicht wachten we tot de storm minder is. Wanneer het alleen nog maar regent eten we een pizza en gaan we vroeg naar bed.
De volgende ochtend onmoeten we Hesther vroeg bij het ontbijt en vertrekken we met zijn drieen in de bus naar Vang Vieng. Een reis die 15 uur zou moeten duren, maar uiteindelijk meer dan 20 uur werd. Onderandere omdat de chauffeurs om de tien minuten gingen roken, wat niet alleen een stank opleverde maar ook nog is de busreis extra lang maakte. Plus tijdens de middagpauze van normaal een half uur besloten ze een twee uur durende worstelwedstrijd te gaan kijken. Kortom grote hel, waarna we pas om half 4 snachts in Vang Vieng zijn inplaats van de verwachtte half 12.
In Vang Vieng hebben we een niks doe dagje gehad en zijn we uitgeweest. Omdat mijn verhaal erg lang is zal ik niet meer teveel vertellen. Na één dag Vang Vieng zijn we samen met Hesther naar de 4 thousand islands afgereisd wat ons zo\'n 24 uur heeft gekost.
Daar zijn we nu, erg mooi! Wel hebben we alle drie geen geld meer en zijn er geen ATM\'s op het hele eiland te vinden wat betekend dat we morgen met de ferrie terugmoeten voor geld.. Binnekort meer nieuws over de laatste dagen los in Laos! (sorry als er spelfouten in het blog zitten ik heb geen zin om hem terug te lezen)
Reacties
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}